karnıbahar = bloemkool
renk = kleur
kolay = gemakkelijk
yabancı = vreemdeling, buitenlander
ırmak = rivier
kaç - hoeveel
çilek = aardbeien
köprü = brug
üç - drie
çocuk - kind
kale = kasteel
eş = echtgenote
şimdi = nu
içinde = in
ev - huis/thuis
vermek = geven
Ahududu= framboos
süt = melk
Yok = geen(als in cok = veel)
(sorry, vreemd toetsenbord kan de toevoegingen niet vinden hier
:S)
güzel = mooi
randevu = afspraakje
mangal = bbq
ödemek = betalen
kelebek - vlinder
dügün = bruilofd
tesekkür ederim = dank u wel (de s met zo’n , eronder hahaha)
zevk almak = genieten