De kwaliteit van het Belgische zwemwater was in 2006 goed tot uitstekend. Slechts twee procent van de zwemzones in het binnenland kreeg een onvoldoende. Dat blijkt uit statistieken die de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie heeft gepubliceerd.ZonesDe cijfers van de FOD Economie hebben betrekking op 40 badzones aan de kust en 87 badzones in het binnenland. Van de zwemzones aan de kust voldoet 78 procent aan de verplichte normen, terwijl 22 procent zelfs voldoet aan de meest strikte kwaliteitseisen. In 2005 was dat wel nog 30 procent, maar toen voldeed ook drie procent niet aan de normen. Van de 87 zwemzones in het binnenland, aan rivieren en meren, scoort bijna ook iedereen voldoende. Slechts twee procent voldeed in 2006 niet aan de normen. Zowat 37 procent haalde wel een voldoende, terwijl zelfs 61 procent van de zwemzones in het binnenland een goede score haalde volgens de meest strikte criteria. In vergelijking met 2005 scoort het binnenland iets minder goed. Toen behaalde zeven op de tien een uitstekende score.CriteriaZwemzones voldoen niet aan de eisen als ze gedurende het seizoen (van 15 mei tot 15 september) twee keer een staal afleveren dat slecht scoort. Uit veiligheidsoverwegingen mag er dan niet meer gezwommen worden.In het eindrapport van de controledienst staan uiteindelijk acht plaatsen die in de categorie “niet conform” terecht kwamen. Het gaat om zones in Froidchapelle, Aywaille, Stavelot, Neufchâteau, Libramont-Chevigny, Hotton, Somme-Leuze et Rochefort. Zeven andere zones kregen aanvankelijk een slecht rapport, maar scoorden nadien toch voldoende. (belga/hln)